dinsdag 27 augustus 2013

Tien regels voor onderzoek

Gilles Holst, de eerste onderzoeker bij het Philips Natlab - dan hebben we het over bijna 100 jaar geleden - hield er tien regels op na voor goed industrieel onderzoek.
Ze lijken me nog steeds actueel:

1) Neem knappe onderzoekers aan, zo mogelijk jong maar met ervaring in academisch onderzoek.
2) Besteed niet te veel aandacht aan de details van het werk dat ze gedaan hebben.
3) Geef ze veel vrijheid en aanvaard hun eigenaardigheden.
4) Laat ze publiceren en deelnemen aan internationale wetenschappelijke activiteiten.
5) Houd het midden tussen individualisme en straffe organisatie
Laat gezag berusten op werkelijke deskundigheid; geef in geval van twijfel de voorkeur aan anarchie.
6) Deel een laboratorium niet in naar verschillende vakken, maar maak multidisciplinaire werkgroepen.
7) Geef aan de laboratoria vrijheid in keuze van onderwerp. maar zorg dat de leidende figuren zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van de onderneming waarvoor zij werken.
8) Probeer niet een industrielaboratorium in detail te budgetteren en laat fabricage-afdelingen geen budgettaire zeggenschap hebben over research projecten.
9) Bevorder de overplaatsing van bekwame oudere onderzoekers uit het laboratorium naar ontwikkeling en fabricage.
10) Laat de keuze van onderwerp niet alleen bepalen door verkoopmogelijkheden, maar vooral ook door de stand van de academische wetenschap.

Het waren niet alleen deze regels, maar ook de visie en de persoonlijkheid van Holst zelf. Hij kon mensen enthousiast te maken voor nieuwe plannen en hen vertrouwen geven in de toekomst van hun werk. Daardoor is hij ook velen persoonlijk tot steun geweest, hoewel hij bijna schuw was om zich in iemands persoonlijke aangelegenheden te mengen.

(uit http://www.dwc.knaw.nl/DL/levensberichten/PE00000918.pdf)

woensdag 17 juli 2013

Mokken

`Eindhoven krijgt eigen mokken’, leest een vriend voor.
`Wat staat daar dan op?’ vraag ik.
`De Lichttoren.'
`Leuk, die wil ik wel. En ik wil ook mokken met het Evoluon erop.’
`Het Evoluon? Dat is toch niet meer van deze tijd’, zegt hij afkeurend.
`De lichttoren, dat is modern’, bits ik terug.
`De kegels, die zijn ook leuk’, oppert hij.
`Niet voor een mok, dan is het kitsch.’
Graffiti in mooie kleuren uit de Berenkuil, bedenk ik later.
Of de watertorenballen bij het Pieter van den Hoogebandbad.
Nee, die ballen zijn het dan net weer niet.
Het luistert best nauw om een passend icoon voor 040 te zijn.
En uiteindelijk zie ik het licht bij een kop koffie.
Het gloeilampje, die wil ik op mijn mok.
Ja dat lachende lempke, het licht van Eindhoven.